Labrador Kennel Flanders Lowlands, Sportstraat 21, 8340 Moerkerke-Damme
Terwijl de BLRC (Belgian Labrador Retriever Club) in 2001 het daglicht zag. In Nederland werd de Nederlandse Labrador Vereniging (NLV) in 1964 opgericht en die zich sindsdien zeer actief opstelt om de belangen van het ras te waarborgen.
De huidige Labrador Retriever is een enorm veelzijdige hond, hij houdt van kinderen en gezin en is anderzijds een betrouwbare en bekwame kameraad bij de jacht. Ook als blindengeleidehond, sociale hulphond en spoorzoeker toont hij zijn zijn kwaliteiten en karakter.
Afsluitend, de Labrador vereist veel lichaamsbeweging, hij is een uitstekende apporteur dus jachttraining en jachtproeven zijn zeer aan te raden.
In West-Europa begon het ras zich eind jaren vijftig te ontwikkelen. In die tijd waren de Labradors in handen van kleine groepen die ze uitsluitend voor de jacht gebruikten. De BRC (Belgische Retriever Club) werd in 1968 opgericht
Algemeen beeld:
Sterk gebouwd, kort in de lendenen, bijzonder actief. Breed in de schedel, breed en diep in de borst en ribben; breed en sterk in de lendenen en achterhand.
Typische kenmerken:
Goed temperament, erg behendig. Zeer goede neus, zacht in de mond, groot liefhebber van water. Is toegewijd en past zich makkelijk aan.
Temperament:
Intelligent, levendig en gezeglijk met een sterke wens zijn baas een plezier te doen. Vriendelijk karakter, zonder enige agressie of ongepaste schuwheid.
Hoofd en Schedel:
De schedel is breed met een duidelijke stop; scherp besneden, zonder vlezige wangen. De kaken zijn middelmatig lang, krachtig en niet spits toelopend. De neus is breed, de neusgaten zijn goed ontwikkeld.
Ogen:
De ogen zijn middelmatig groot, met een intelligente,te vriendelijke uitdrukking; ze zijn bruin en hazelnootkleurig.
Oren:
Niet groot of zwaar, dicht tegen het hoofd aanliggend, vrij ver naar achteren geplaatst.
Mond:
De kaken en het gebit moeten sterk zijn, met een volmaakt, regelmatig en compleet scharend gebit; dat wil zeggen dat de bovenste tanden net over de onderste heen vallen en recht in de kaak steken.
Nek:
De nek moet sterk, krachtig en droog zijn (zonder rimpels of plooien), geplaatst op goedliggende schouders.
Voorhand:
De schouders zijn lang en schuinliggend. Voorbenen zijn krachtig in “bone” en recht van de elleboog tot de grond, zowel van voren als van opzij gezien.
Lichaam:
De borstkas moet voldoende breed en diep zijn, met goed gewelfde ribben. De lendenen zijn breed, kort en sterk. De rug lijkt vlak door de aanwezigheid van spieren en de dikke vacht (horizontale bovenbelijning).
Achterhand:
Goed ontwikkeld, niet naar de staart aflopend;
Een goede gehoekte knie. De hakken moeten laag geplaatst, koehakkigheid is absoluut ongewenst.
Voeten:
Rond en compact; goed gebogen tenen en goed ontwikkelde voetzolen.
Staart:
De staart is kenmerkend voor het ras, erg dik bij de aanzet en geleidelijk toelopend naar de punt; middelmatige lengte, vrij van bevedering maar rondom dik bekleed met een korte dikke dichte vacht, waardoor een ronde vorm ontstaat (otterstaart). De staart mag vrolijk gedragen worden, maar niet over de rug krullen.
Gang/beweging:
De gang is vrij, voldoende bodem beslaand; recht en zuiver, zowel voor als achter.
Vacht:
De vacht is kenmerkend voor het ras: kort, dicht zonder golven of bevedering, vrij hard aanvoelend; weerbestendige ondervacht.
Kleur:
Geheel zwart, geel of chocoladekleurig. De gele kleur kan variëren van licht roomkleurig tot vosrood. Kleine witte vlek op de borst is toegestaan.
Hoogte:
De ideale schofthoogte ligt voor reuen tussen de 56 en 57 cm en teven tussen de 54 en 56 cm.
N.B.: Reuen moeten twee normale testikels hebben, die volledig in het scrotum zijn ingedaald.
Bron: NLV

